door Marco Dijkstra

Station Loppersum, ongeveer een week geleden. Ik loop het kantoor uit van de Groninger Bodem Beweging, tevreden over weer een interessant interview. Ik neem nog even een kijkje bij de tentoonstelling over de geschiedenis van het Groninger gasgedoe en loop de brandende zon in. Vandaag eens niet met de fiets, ook een  stagiair heeft luie momenten.

De man die ik daarnet heb geïnterviewd is bodemexpert. Haarfijn legde hij me uit hoe het komt dat gebouwen hier zoveel schade hebben, bij een relatief lage score op de schaal van Richter. “Gasboringen vinden plaats op een diepte van drie kilometer, waar ook de afdekkende zoutlaag zich bevindt. Natuurlijke aardbevingen ontstaan veel dieper, die ontstaan op tien, twintig, dertig kilometer diepte. Wanneer daar dezelfde energieontlading is moet het dus sowieso door rotsbodem en worden de golven veel meer gedempt voordat ze oppervlakte raken dan hier in Groningen. Hier vindt het op drie kilometer diepte plaats, dus dat is relatief ondiep, en hier planten die golven zich voort door een heel divers klei-, zand- en veenpakket met elk weer zijn eigen karakteristiek.” Het werd nog ietsjes ingewikkelder: “Bijvoorbeeld als je een overgang van een klei- naar een veengebied hebt, veen is lichter dan klei, dan heeft zo’n golf de neiging om op te zwiepen. Dat noemen we hier ook een opzwieper.”



Ik stap het perron op en zet me in de zon. Nog een half uurtje voor de trein komt. Fijn, denk ik: die tijd kan ik mooi gebruiken om de technische aspecten te overdenken van de zaken die net zijn besproken. In werkelijkheid zit ik te gniffelen om het woord “opzwieper”, voor iets dat opzwiept. Was alles maar zo helder als het Gronings taalgebruik.

Tijdens het interview ging het ook over de tegenstrijdige informatie die de afgelopen jaren over de Groningers is uitgestort. Nog in 2015 werd geconcludeerd dat 152.000 huizen in het gaswinningsgebied verstevigd moesten worden. Dit jaar zouden dat er slechts 1500 zijn en werd de beloofde versteviging van nog eens 1600 huizen stopgezet, in verband met alweer een nieuw onderzoek. “Terwijl er nog geen kuub gas minder is gewonnen”.

Bijna verdwaalden mijn gedachten in het technocratisch taallabyrint van ‘batches’, ‘zetting- of bevingschade’ en al dan niet ‘tijdelijke’ commissies, toen ik vriendelijk werd aangesproken door weer twee van die ‘stugge Groningers’. We keuvelden wat over Van Kooten en De Bie, lachten luidop, maar kwamen al snel te spreken over de ellende in de regio. De man werd stiller. Later, in de trein, vertelde zijn vrouw me waarom. Zij was nu op weg naar hun kleinkinderen in Brabant, alleen, haar man kon niet meer mee. Die kon de spanning niet meer aan nu hij op zijn oude dag moest vrezen dat zijn zelfgebouwde droomhuis gesloopt zou worden. Bij hen om de hoek waren al veertig huizen tegen de vlakte gegaan. Van hun eigen woning was vorig jaar eindelijk vastgesteld dat het ingrijpend zou worden verstevigd, maar dat plan staat alweer weer op losse schroeven. Waarom? De regering wil eerst een nieuw onderzoek.

Verdomme.

Marco’s volgende stukje lees je aanstaande vrijdag op deze website.

P.S. 

Hoor wie klopt daar, politici?

 

Foto: Laura  Ponchel. Groningers brengen aardbevingspuin naar de Shell aandeelhoudersvergadering in mei.

 

Schrijf je hier in als je deze blogs in je inbox wilt ontvangen.