door Marco Dijkstra

Twee huizen in Nieuwolda. Zelfde aannemer, zelfde bouwjaar. Eigenlijk zijn het dezelfde huizen en allebei de huizen hebben schade van dezelfde beving. Met enkele dagen tussenpoos wordt er een schademelding gedaan.

Het gedoe begint. Meermaals worden beide huizen bezocht door heuse schade-experts, destijds nog ingehuurd door de NAM. Na een minutieuze bestudering van de schades volgt hun deskundige oordeel. Ik vat het in mijn eigen woorden samen: “Van de twee dezelfde huisjes die tegelijkertijd door dezelfde aannemer op bijna exact dezelfde plek zijn gebouwd, is de schade die na dezelfde beving is gemeld in het ene geval inderdaad te wijten aan de beving en in het andere, helaas, door een bouwfout veroorzaakt.” Bevingschade wordt vergoed, zettingschade helaas niet.

Het lijkt soms bijna willekeur”, sprak een politicus met meel in de mond.

Een echtpaar woont al decennia in Warffum. Na de grote beving van Huizinge, in 2012, ontstaan er scheuren in de huiskamer. Het echtpaar laat een expert komen die vaststelt dat het om bevingschade gaat. Het huis wordt leeggehaald om te worden gerepareerd. Een maand lang woont het echtpaar in een vakantiewoning. Gedurende die maand ontdekt de aannemer een nieuwe scheur in de muur. Er wordt opnieuw onderzoek gedaan, waarbij ook aan de buitenkant van het huis scheuren worden gevonden, die er eerder nog niet zaten. Er komt een tweede expert, weer via de NAM. Hij adviseert stilleggen van de hersteloperatie.
“Nee, zeggen wij. Wij willen dat de hersteloperatie doorgaat, want wij zijn al een maand uit huis. En het was vlak voor de kerst”. De expert wordt in eerste instantie boos, maar als het echtpaar volhardt komt hij toch. Zodra hij verneemt dat het huis ooit een verbouwing heeft gehad roept hij: “Ah, vandaar dat jullie al deze scheuren hebben. Het huis is verkeerd verbouwd. Als het aan mij had gelegen hadden jullie helemaal niets vergoed gekregen.”

In de verte mompelt iemand: “Het lijkt wel willekeur”.

Het verhaal gaat door. Het echtpaar huurt een contra-expert in. Wanneer ze het bedrijfje benaderen dat de eerste inspectie had uitgevoerd, waar hun schade werd erkend, krijgen ze te horen: “Helaas, wij mogen niet meer werken voor de NAM”. Het echtpaar vindt een andere contra-expert. Deze concludeert dat alle schade aan aardbevingen te wijten is en stelt een rapport op. “En dan hoor je een jaar helemaal niks. En dan opeens krijg je een mail: dat de contra met de schade-experts van NSTB in overleg is gegaan en dat hij zijn eerdere conclusies intrekt. Het was toch geen bevingschade”.

Heel zachtjes hoor ik een woord dat lijkt op “willekeur”. Dit hele verhaal speelt nog steeds, zes jaar na de beving van Huizinge. Inmiddels zit het huis vol nieuwe scheuren van de aardbeving in Zeerijp, begin dit jaar.

Nog zoiets, een stukje meer naar het Westen. Twee toilethuizen in hetzelfde dorp, bij allebei zijn de tegeltjes gaan scheuren na een beving. Op beide plekken wordt geconcludeerd dat het om bevingschade gaat. Eén van de toilethuizen behoort toe aan een activist. Een maand na de erkenning van zijn schade wordt bekend dat dit besluit wordt ingetrokken. Zijn dorpsgenoten horen dat er behalve de schade aan de toilethuizen ook wordt uitgekeerd voor eventuele schade die ze niet hebben gemeld.

Willekeur? Ik kan het woord niet meer horen.
—————————————————————————————————————

“Lust je koffie?” Ik zit om tafel bij de meest gematigde belangengroep die Groningen rijk is.
De vrouw met wie ik spreek overlegt namens een brede achterban met de belanghebbenden in Groningen, tot de minister en de oliemannetjes aan toe. Om een beeld te schetsen van wie ik tegenover me heb: wanneer we tijdens het interview te spreken komen over de aanstaande actie van Code Rood, zegt mijn gesprekspartner onomwonden: “Oei, zo’n zitblokkade, nee daar ben ik niet echt de persoon voor. Daarvoor ben ik veel te braaf. (…) Ik neem liever het compromis als basis, ik hou niet zo van conflict.”

We hebben het ook over de situatie van ‘willekeur’, die ik hierboven beschrijf. Wederom is mijn gesprekspartner rechtdoorzee: “Willekeur?”, zegt ze, “Willekeur? Nee hoor, dat is allemaal van tevoren bedacht. Het is weloverwogen. Verdeel en heers. We kunnen het als organisatie natuurlijk niet zeggen, maar op deze manier probeert de NAM mensen tegen elkaar op te zetten. Niemand kan het volledig hard maken, maar vraag het eenieder in deze organisatie en je krijgt hetzelfde antwoord.”

In de weken dat ik hier woon heb ik talloze verhalen gehoord die dit beeld bevestigen. Ook ik spuug de meel uit mijn mond. De NAM volgt hier in Groningen bewust een verdeel-en-heersstrategie, al lijkt het soms bijna willekeur.

Marco’s volgende stukje lees je aanstaande vrijdag op deze website.

P.S: Even iets luchtigers.

Foto door Laura Ponchel bij de Shell aandeelhoudersvergadering

 

Schrijf je hier in als je deze blogs in je inbox wilt ontvangen.