Bedankt laiverds!

door Marco Dijkstra

Ik zit op zolder en staar naar het scherm van mijn laptop. De cursor knippert langzaam maar standvastig achter het woord  “extractievolume”. Even duizelt het me. Ik zie niets, dan zwarte stipjes in een dansende cirkel en uiteindelijk vallen me nog meer woorden op, die uit de brij naar boven springen: “regressieanalyse”, “kostenimplicaties” en “risicoperceptie”.

O, o, o: De Wetenschap. Hoe vang ik de meest leerzame zomer van mijn leven in vredesnaam in een academisch verslag?

Ik sta op en pak een kop koffie. De geur doet me direct denken aan de koffie die Chris voor me zette in een kraakpand aan het Damsterdiep. Het was mijn tweede dag in Groningen en ik deed mee aan een actietraining. We kregen een introductie in de lokale problematiek, overlegden strategieën in kleine groepjes en oefenden in geweldloos verzet. Na een lange dag deed ik de afwas. In de keuken barste een luide discussie los, over hoe de Actieconsensus van Code Rood de urgentie van een veilig Groningen miste. Ik luisterde aandachtig, het was allemaal nieuw voor me. Toen ik naar mijn fiets liep schoot Chris me aan, of we nog even konden overleggen over Fossielvrij. Er bleek een hoop te zeggen, het was donker toen ik in het stadcentrum verdwaalde. Mijn latere maatje Job wees me de weg en het avontuur was officieel begonnen.

Inmiddels is dat ruim vier maanden terug en voel ik me een andere Marco. Deze Marco staart naar zijn scherm. De cursor is minder van plek verschoten dan de wijzers van de klok. Mijn ogen tranen.

Over tranengesproken: ik jankte wat af deze zomer. Meestal hield ik het nog net droog tijdens de vraaggesprekken, maar zodra ik dan op mijn fiets de ellende op een rijtje zette, begonnen de waterlanders te stromen. Nog steeds kan ik niet rustig reageren wanneer een ongeïnformeerde Hollander zegt: “maar het is toch opgelost? We gaan toch van het gas af?”, of als een botte hork die nog nooit een stap boven  Zwolle heeft gezet debiteert dat we “gewoon al het gas uit de grond moeten halen en dan een groot deel van het geld aan Groningen geven”, alsof Sinterklaas ook kinderkamers plundert voordat hij cadeautjes uitdeelt. Bovendien is de betreffende hork blind voor de angst, de slapeloosheid, de woede, de wanhoop en de slechte gezondheid waar we Groningers mee opzadelen.

Tijdens het schrijven van mijn verslag merk ik dat menselijke ervaringen zich ook moeilijk laten vangen in economische termen. Hoe kwantificeer je het leed dat een opa zijn kleinkinderen niet meer thuis durft te ontvangen? Welk model geeft de tragedie van een kapotgeslagen huwelijk het beste weer? Is er een rekenmethode voor de kosten van een verstoord zelfbeeld?

“Sorry Marco, ik was nooit een bitter mens”. Woorden van deze strekking heb ik talloze malen gehoord, maar ik krijg ze niet in mijn verslag verwerkt.

Weer dwalen mijn gedachten af. Nu is het Marcel die roept: “humor houdt ons op de been!”, terwijl een groep Groningse makkers buldert om een bebaarde mop. Ook dat is niet te vatten in economische termen: de eindeloze moed en veerkracht van de mensen ter plaatse. Jan, Gerrie, Toine, Bram, Jannie, Marcel, Marja, Henk, Hans,  Henny, Erik, Truuske, Danielle, Liza, Inez, Albert, Joop, Ilse, Shiva, Gerry, Patrick, Geert, Irene, Linda, Janneke, Manon, Cathalyn, Pelle, Floor, Tijmen, James, Lena, Pieter, Trudy, Agnes en toch minstens zes Peters; deze blog zou te lang worden als ik iedereen zou noemen die mij deze zomer heeft geïnspireerd. Bovendien verdient elk van hen een eigen blog, en daar kan ik niet aan beginnen. Ik moet nog een verslag tikken.

Nog één ding dan. Ik realiseer me goed hoe luxe mijn positie is. Een zomer lang meedraaien in het verzet en vervolgens mijn bevindingen op papier zetten in een warm en veilig huis. Het is ontzettend oneerlijk. Al die mensen die me toch deze kans boden, zo liefdevol en vanzelfsprekend, ben ik enorm dankbaar. Maar genoeg woorden, het is tijd voor daden! Niet lullen maar poetsen, nait soezen moar broezen. Dat geldt voor mij, voor onze volksvertegenwoordigers en ook voor jou, lezer van dit stukje.